inhoud

Sabbatical geslaagd

1. Een toren vol ossen

2. Vogelnestjes of maretak

3. Kathedraal en Art Informel

4. De buurvrouw

5. Moderne kunst in de provincie

6. Bizarre Rubens

7. Bordeaux, kathedraal en CAPC

8. Vakantie-verwerkende industrie

9. Dwalen door Serra

10. Guggenheim, fotograferen verboden

11. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...

12. Kerken van graniet

13. Camping ambacht

14. Naar de bouwmarkt voor werkruimte

15. San Miguel de Lilo in verf

16. Viaduct Oviedo

17. San Miguel getekend

18. Koud in portugal

19. San Miguel in relief

20. Avondconcert

21. Rotsklont met bomenrij

22. San Miguel revisited

23. Adelaars in de aanbieding

24. Risico's. Nemen of vermijden?

25. Eucalyptusbomen in verf

26. Eucalyptusbomen in reliëf

27. Torrelavega fabriek

28. Een circustent op een flatgebouw

 

PORTUGALREIS

 

Sabbatical geslaagd

Na drie weken reizen en peinzen en vier weken werken, kan ik behoorlijk tevreden naast de resultaten staan. Vooraf had ik gehoopt om een stuk of vijf reliëfs te maken. Dat zijn er uiteindelijk zes en een half (een heel kleintje) geworden.
En nog een stuk of acht schilderijen.
En nog een stapel schetsen op papier.

 


Zaterdag 20 april op reis gegaan, half mei in Pousadouros begonnen met werken, zondag 16 juni deze trotse foto en vandaag, maandag 17 juni de zaak met een spijtig gevoel weer opgeruimd.
Ik heb weer zin om thuis verder te gaan. En dat was net de bedoeling. Sabbatical geslaagd dus.
Nu nog even vakantie.

Het verslag van de sabbatical, de reis, de ideëen, de museumbezoeken en de werkstukken, met al het vallen en opstaan, volgt hierna, nu in chronologische volgorde.

 

 

 

1. Een toren vol ossen

Zaterdag 20 april vertrokken op "Sabbatical". Iets later dan gepland, want op het nippertje liep ik nog tegen de griep op. Dat zorgde wel voor enige 'rust' in de anders zo stressvolle voorbereiding. En ach, ik heb drie maanden de tijd...

Eerste stop is een camping in de buurt van Laon, waar ik de kathedraal wil zien. In de lessen kunstgeschiedenis (nog langer dan 25 jaar geleden) leerde ik over de hoog-gotiek op de Noord-Franse laagvlakte. Veel beroemde kathedralen daar; Reims (gezien) Chartres (gezien) en Laon (nu ook gezien).

Het verhaal gaat dat tijdens de bouw van de kathedraal, de toenmalig ingezette ossen iets heel zwaars niet bleken te kunnen hijsen of trekken. Een groot probleem ontstond. Plots verscheen er zomaar een vreemde os die zich gewillig liet inspannen en mee hielp met trekken of hijsen. Na de klus was de os ook weer zomaar vertrokken (een soort van Lucky Luke-os).
Uit dank voor die os zijn er op de toren veel standbeelden van ossen verschenen.

 



 

De kathedraal was druk met een dienst, het bezoek wordt geacht enige terughoudendheid te betrachten. Een bezoeker, deels in legerkleding, lijkt zich daar niets van aan te trekken en klost vrolijk voort. Ik kijk enigzins beschroomd toe, mijn katholieke opvoeding roert zich.
Ik kan delen van de dienst nog aardig volgen. Het orgel doet ook mee, gezelllig. Als ik twee misdienaartjes door de kerk zie schrijden, ondertussen stiekem kijkend of ze wel gelijk op gaan, wordt ik helemaal teruggeworpen in mijn misdienarentijd (niks meegemaakt overigens....)
Toch wordt ik nog verrast door moderne ontwikkelingen. Opeens gaat iedereen elkaar een hand geven. En later bij het eind wordt er plots geapplaudiseerd.
Nou zeg...

Ook de Abbaye de Vauclair bezocht, een abdij die in WO I kapot geschoten werd. Dat ziet er dan gelijk uit alsof het een ruïne is van 600 jaar geleden.

 

 

 

 

2. Vogelnestjes of maretak?

Maandag 22 april doorgetrokken naar een camping oostelijk van Orleans. Onderweg en ook op die camping vielen me de nog kale bomen op waar zoveel vogelnesten in zaten. Dat bleken bij nadere beschouwing geen vogelnesten te zijn, maar maretak. (Panoramix-bomen)

 

 

Een bizar gezicht. Die bomen intrigeren me wel, vooral met tegenlicht en veel kleur en licht in de restvorm van de bomen.
Een stel foto's van gemaakt en zelfs nog wat tekeningen. Ik had gegeten, gedronken en zat lekker op mijn gemak met mooi weer erbij. Dan is er in Maslows behoeftenpiramide wel plek voor wat kunst.

Blijft wel een hoop tekenen, al die takken en takjes. Ik heb er nog geen geduld voor.

 

 

 

 

 

3. Kathedraal en Art Informel

De kathedraal van Orléans stond er dinsdag 23 april imposant bij. De omgeving, het plein, de straten, de vlaggen, alles was smetteloos gepoetst. Bijna steriel. Foto's gemaakt van binnen en buiten.

 

 

Daarna naar de buren, het Musee des Beaux Arts. Voor 1 euro extra mocht ik ook naar de expo van Gerard Schneider. Bij elkaar 5 euro. Geen geld.
Boven begonnen, bij klassieke schilderijen. Na de ophef die ik mee heb gemaakt over het Rijksmuseum, was dit maar een achterafmuseumpje met matig werk.

Beneden was de moderne afdeling. Ook tweederangs, eigenlijk. Het werk van Schneider behoorde tot de Art Informel van net na de oorlog. Tijdgenoot van Hartung, Mathieu, Soulages. Franse Cobra, zeg maar, maar dan abstract. Veel vegen en handschrift, weinig vorm. Ook niet echt interessant, eigenlijk. En voor een solo-expositie over zijn ontwikkeling van jong tot oud, waren er maar droevig weinig schilderijen. Met 15 was het wel klaar.

Vroeger had ik dit vast veel interessanter gevonden, maar miijn eigen vroege schilderijen hadden eerlijk gezegd meer vorm dan dit werk. En dan was deze hier beneden nog het beste.

De laatste afdeling betrof een expo over het opknappen van de stad. Dat verklaarde gelijk de opgepoetste indruk.

 

 

 

 

4. De Buurvrouw

Bij het ontbijt geniet ik van het uitzicht op de buurvrouw.
Die kwam gisteravond aan met twee kleine kinderen, een hond, een vuurrode broek, leren jas en twee hele hoge knielaarzen met hoge hakken.
En of de campingbaas maar wilde helpen met het neerzetten van de caravan. Dat deed de goeierd ook wel, maar lekker waterpas zetten zat er niet in.
Buurvrouw liep het grootste deel van de tijd verontwaardigd te snauwen tegen de kinderen. En te strompelen over het terrein. Volgens mij was ze net van haar man af. Of hij van haar af...

 

 

De volgende ochtend liep ze een beetje te paraderen en minuten lang aan haar laarzen te frunniken. Precies met de achterkant van haar rode broek naar me toe. Toeval? Ik kon het niet laten toch stiekem een foto te maken van dit antropologisch verschijnsel... Jammer van het tegenlicht. 

 

 

 

 

5. Moderne kunst in de provincie

Tussenstop op een camping vlakbij Limoges. In de folders geneusd, maar er lijkt in Limoges niet zoveel te doen. Er is een Musée National Adrien Dubouch waar veel ophef over wordt gemaakt, want dat is pas heropend. Een museum telt pas mee als het zich weer heropent, lijkt wel.
Maar dit blijkt een museum te zijn over porceleinkunst, het Porcelain de Limoges. Nee, niet mijn smaak (sorry Kees).

Er blijkt in een klein plaatsje de andere kant op wél iets leuks te doen, het Musée départemental d'art Contemporain in Rochouart. Vrijdag 26 april bezocht ik dit oude kasteel met moderne kunst, fotografie van Raoul Hausmann (wordt bij Dada gerekend) en veel installatieachtige dingen met licht en geluid.
Het geheel deed me erg denken aan het kasteel oud-Amelisweerd, waar we vorig jaar waren. Daar waren antieke behangetjes gecombineerd met moderne kunst. Hier was een zaal met oude fresco's, gecombineerd met werk van Richard Long.
Ook was hier op zolder met hanebalken een expositie van de Argentijn Eduardo T. Basualdo, met kunstwerken met beweging, licht en geluid.  

 

 

 

 

 

6. Bizarre Rubens

Op de terugweg zie ik op de kaart ook nog een 'gewoon' Musee des Beaux Arts'. Ook hier blijkt de toegang gratis en ook hier is dat niet voor niks. Het museum doet het kunstje van het Rijksmuseum en wordt tijdens de ingrijpend verbouwing geëvacueerd naar een slechts één zaal met vooral werk van Hollandse meesters. En de dependance verderop met speciale tentoonstellingen, die is ook gesloten.
Een beetje pech, dus. 
Maar wel nog een uiterst bizarre Rubens gezien in die ene zaal.

Ik zou ook een beetje verbaasd kijken...

 

 

 

 

7. Bordeaux, kathedraal en CAPC

Zondag 28 april vanaf een camping buiten Bordeaux met de auto naar de Park+Ride in Talence, gelegen op een soort Uithof-terrein. Allemaal universiteitsgebouwen. Zelfde sfeertje, ook. Auto geparkeerd, ticket met dagtegoed voor de tram gekocht en met de tram Bordeaux in. Heel makkelijk allemaal.
Doe ik nou nooit in Nederland

Uitgestapt bij de kathedraal (ik zie er nogal wat). Ik loop eromheen en ga dan naar binnen. Ook hier was er een mis aan de gang, maar net afgelopen. De orgelklanken sterven nog weg.
Ik maak wat foto's en een filmpje dat verstoord wordt door een schreeuwende man. Dat blijkt de koster en hij roept naar mij, want hij moet afsluiten. Oeps.

 

 

Door de stad richting museum. Stille straten, want zondag. Maar wel veel zwervers en mensen met kartonnen bordjes waarop ze hebben geschreven dat ze honger hebben. Om de vijftig meter zit er wel eentje. Slaat de crisis zo hard toe?

Het CAPC gevonden na een nutteloos rondje om het gebouw. De toegang is gratis. En dat is niet voor niks, want er is net een periode van expositiewisseling. De grote zaal staat leeg en is gevuld met bouwvakkersspul. Wel een mooie zaal.

 

 

De vaste collectie is op de bovenverdieping creatief gerangschikt onder de titel 'La Sentinelle'. Een mooie tentoonstelling met prima werk van vooral mij onbekende franse kunstenaars en enkele bekende europese kunstenaars (Long, Kounellis, Buren, Golden, Merz).

 

Een fijn in elkaar gezette tafel met een teer kristal erop en een dreigende figuur erachter. Een lekker geschilderde figuur in de slag met zijn schaduw, de hond.

 

Een werk geheel gemaakt van oesters, vastgezet in wat klei lijkt. Mysterieuze schalen, gevuld met scherven.

 

Een steenkoolberg van Kounellis, met twee soort van sarcofagen van glas, omringd door een klassiek frans hekwerk. En een hert van betonijzer tegen twee dik geschilderde werken op doek, die het erg moeilijk hadden met de luchtvochtigheid; ze plooiden heel erg.

 

Een plaat glas met brokken klei van Mario Merz, omhelst door een driehoekige constructie die door schaduw en weerspiegeling nog complexer wordt. En een huisje dat verstild staat te wachten.

 

Plastic boodschappentasjes op een sokkel tegen een achtergrond van "J'ai Peur". De dames rechts maken een foto van mij, waarschijnlijk omdat mijn trui net zo blauw is als het blauwe tasje.
En anders omdat ik er waanzinnig goed uitzie...

Tot slot ook hier, Richard Long met een stenenrij in gesprek met de galerij van het museum.

Het museumcafé is afgeladen met zondagse lunchgasten. Ik eet verderop op het terras mijn lunchpakketje op. Wel zo rustig.

 

 

8. Vakantieverwerkende industrie

Doorgetrokken naar een camping in noord-Spanje die strategisch gelegen was tussen Bilbao (Guggenheim museum) en Altamira (grot van...). De camping bleek meer een vakantieverwerkende indrustrie te zijn.
Een vlakte met kaalgeknipte platanen waarvan een deel 'zombiecamping', volgeladen met verlaten vaste plekken voor de spanjaarden die in het weekeind komen barbecueen.
Een ander deel was voor de toeristen, die vooral engels waren en in het bezit van gigantische campers, vaak nog met trailers met motoren erachter.En ach ja, er was een strandje op 100 m lopen en de mensen waren behulpzaam. Maar het weer was heel nat. En dan is zo'n plek snel erg troosteloos. Dan wordt een sabbatical gewoon weer werken.

 

 

 

 

9. Dwalen door Serra

Ach ja, dacht ik, Richard Serra. Alweer een metalen plaat in een ruimte. Seen one, seen all.
Maar nee, mooi mis. Hij heeft me daar toch een fabriekshal van een zaal volgezet met gigantische doolhoven, spiralen, slangen en torussen van metaalplaat. En dat buigt en draait en zwiert en wijkt. En allemaal om doorheen te lopen en de ruimte te ervaren.
Platen van vijf meter hoog en tien cm dik. Soms naar binnen buigend en de ruimte smal makend, dan weer naar buiten buigend om ruimte te geven. En allemaal precies passend op platen die rondlopen en ook nog omhoog buigen. Ik was diep onder de indruk, ik heb er heel lang rondgelopen.


En heel veel gefotografeerd.
Er liepen daar gelukkig geen suppoosten en iedereen liep er te fotograferen. Dus ik ook. Er was boven wel een balkon waar je mooi zicht had op de ruimte en die gigantische dingen.
Daar was wel een suppoost die constant mensen attendeerde dat ze geen foto's mochten maken (en vruchteloos aan het zwaaien was met een opgestoken vingertje naar die nare mensen beneden die zomaar tóch aan het fotograferen waren).

Ik ben een tijdje bezig geweest om vanaf het balkon stiekem een foto te maken, maar de suppoost hield me scherp in de gaten en ging me op een gegeven moment wel wat achterdochtig aankijken. Toen ze even afgeleid werd door vragende mensen, heb ik er toch uit de heup nog eentje weten te maken.
Heel stout.

Achterin de hal was een zaaltje waar de schetsen en modellen van het project getoond werden. Modellen van echt staal dus. Niet van papier, karton of zink, nee, écht staal. Daar kreeg ik ook een mooi overzicht van de onderlinge structuur.
Je ziet hier (toevallig) vrijwel vanuit hetzelfde standpunt dezelfde elementen in schets en in daadwerkelijke uitvoering.

 

 

 

 

10. Guggenheim museum, fotograferen verboden

Woensdag 1 mei naar het Guggenheim museum. Een van de toppers van mijn reis. En wat blijkt?
Fotograferen verboden !
Nou ja, het gebouw mag wel gefotografeerd, van buiten en van binnen. Maar de kunst die er in hangt, nee, die niet.
En de suppoosten zijn streng. Dus geen foto's... zelfs niet op internet te vinden.

Maar het gebouw is bizar prachtig. Veel foto's gemaakt. Voor drie jaar genoeg aan burobladachtergrond.
Wie ook wil, mailt maar.

 

 

 

Binnen was een mooie tentoonstelling te zien van het werk van Georg Baselitz en Cy Twombley die beiden op hun eigen manier en in hun eigen tijdperk een thema uit de geschiedenis verbeeldden in een serie schilderijen.
Twombley schilderde over de verwording van de romeinse keizer Commodus, die langzaam steeds krankzinniger werd. In de stijl van Twombly werden zijn schilderijen ook steeds uitzinniger.
Baselitz maakte een serie schilderijen (op de kop natuurlijk) over Stalin en Lenin, die hij spottend "Mrs Lenin and the Nightingale" noemde. Twee personen, waarvan één in dametjeskleding, met allebei hun piemeltjes omlaag (of omhoog) gericht en zodoende, samen met de titels, de twee wrede dictators belachelijk en daarmee onschadelijk makend. Ook Baselitz schilderde in steeds expressievere stijl en met steeds fellere kleuren steeds hetzelfde motief.
Erg mooi om te zien.
Hé verdorie, geen foto's!

En ook een wat saaiere tentoonstelling over de kunst tijdens de 2e wereldoorlog. Hoewel saai. Aan het eind was er wel een mooie serie van de na-oorlogse ontwikelingen van Dubuffet, Fautrier, Hausmann (hij weer...), die o.m. tot de Art Informel leidden. 
Maar toen was ik al uitgeput door de overdaad aan visuele pracht. Dus dat heb ik wat glazig bekeken.

 

 

11. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...

"Rustig trekken, beetje rondkijken, foto's maken, ideeen opdoen, schetsen maken. En dan in Portugal in de werkplaats van collega Kees, uitwerken tot kunstwerken". Zo zei ik het tegen iedereen, voordat ik wegging.

Maar de praktijk is weerbarstig. Dan zijn er wetten en bezwaren, dan moeten routes uitgezet worden, supermercado's gezocht, dringend benzinestations gevonden, eten gekookt, pannen afgewassen, luifels opgezet of juist afgebroken.
Kortom, hoe doe je dat ondeweg, ideëen opdoen?
Het belangrijkste is natuurlijk kijken. En tijdens het rijden zie je het meest. Maar even stoppen met caravan en al, met een rij auto's achter je, om op je gemak een fotootje te maken, dat zit er natuurlijk niet in. Hoe te doen?
Roepen ! Roepen...? Roepen !

Met mijn nieuwe superdeluxe mobiel kan ik foto's roepen. Als ik onder het rijden wat leuks aan zie komen, dan pak ik mijn klaargelegde mobiel, dan richt ik erop en roep ik "shoot!". En dan luistert het apparaat en drukt af.
Vetcool.
En ook een leuk tijdverdrijf onderweg.
Maar soms luistert ie ook naar de radio en heb ik alweer een foto van mijn spijkerbroek.

Zo zijn deze foto's gemaakt. Niet allemaal uit de auto, trouwens. Ook tijdens het fietsen of wandelen.

Niet alle foto's zijn even duidelijk en van niet alle foto's is het even duidelijk waarom ze gemaakt zijn.
Maar ja..., ik zie, ik zie wat jij niet ziet...

 

 

 

 

 

 

 

 

12. Kerken van graniet

Oviedo blijkt een van de oudste steden van Spanje te zijn. Bij de voorbereidingen dacht ik dat er daar dan vast wel iets moois te zien zou zijn. Zaterdagavond bij het googelen stuitte ik op twee pre-Romaanse kerkjes, vlak bij elkaar. De San Miguel de Lilo en de Santa Maria del Naranco.

Aangekomen op zondag 5 mei (moederdag in Spanje) blijkt er geen eens een fatsoenlijke parkeerplaats. Het gebrek aan parkeerplek is geen maat voor de belangstelling. Er zijn toch steeds wat bezoekers.

De San Miguel bekijk ik als eerste. Wat een prachtig massief ding. Voor wie mijn werk kent, een uitgelezen kans voor een nieuw reliëf. Een vierkant blok met aan alle zijden uitbouwtjes.
Als ik rondloop zie ik een groep met gids naar binnen gaan. Ik sluit (mijn neus bloed) aan en even lijk ik mee naar binnen te kunnen. Maar nee, de gids heeft me door. Uit haar spaans maak ik op dat de tour alleen in het spaans is en drie euro kost, maar dan ook geldig is voor de naastgelegen Santa Maria. Geen geld, vind ik. Ik betaal grif en mag mee.

 

 

Maar ja, ook hier weer; géén foto's binnen. De binnenzijde is natuurlijk kaal en donker en heeft slechts enkele decoraties. Door de kleine afmeting en het gebrek aan licht zouden foto's geen recht doen aan de toch imposante binnenkant.

Na afloop van de tour met de groep mee naar de Santa Maria. Ook een indrukwekkende reus die zich goed kan lenen voor een reliëf. De buitenzijde is wat minder van vorm, eigenlijk een rechthoekige doos, maar met een prachtig patina.
Hier mag gelukkig binnen wel gefotografeerd worden.

 

 

Een schetsje en een studie gemaakt...

 

 

 

 

13. Camping ambacht

Even geleden een stukje geschreven over de vakantieverwerkende industrie in Spanje. In Portugal vond ik daarentegen gelijk al twee campings waar het bedrijf bijna ambachtelijk werd bedreven. Camping Convivo in Candemil is kleinschalig, aangenaam en gastvrij. Alleen regenachtig, wat jammer is.

De laatste camping, Quinta do Porto bij Tabua, is ook een verademing. Een groot parkachtig veld in het eucalyptusbos, met boompjes in diverse staat van groei, wat als vanzelf allerlei hoekjes en plekjes geeft om te staan. En sta waar je wilt.


Er hangt een weldadige rust over het terrein. Er is een naar eucalyptus ruikende bar, ooit begonnen als partytent en gaandeweg steeds meer voorzien van muren en ramen, totdat het een echt gebouwtje was geworden. En er is een terras met uitzicht op het zwembadje, zeg maar dompelbad, zo groot is het niet. Maar wel koel op hete dagen.

Meer naar achteren lijken de nieuwe velden van de camping nog op een rampgebied. Alsof er net een tornado langs was geweest. Maar dat was Cobus (de mede-eigenaar) die net de dag ervoor met een trekker over het veld gegaan was om te egaliseren. Daarbij bestaat het omringende bos uit eucalyptusbomen die de gewoonte hebben om hun schors in slierten te laten hangen. Bij slecht weer geeft dat een wat pierige aanblik. Cobus is er intussen vast van overtuigd dat het heel mooi gaat worden.

Cobus is de man van Rianne, die weer de dochter is van de vorige eigenaar, Sieger. Die bleek het de laatste jaren door ziekte en ander ongemak, niet meer zo goed te kunnen bolwerken. De camping raakte wat verslonst en toen duidelijk werd dat Sieger met de camping moest gaan stoppen, hebben Cobus en Rianne eigenlijk wat halsoverkop besloten om de camping over te nemen. Met twee kleine kinderen van 1 en 2 is dat een dapper besluit. Ze blijken dan ook gevolgd te worden door "Ik Vertrek".
Maar ze gaan er flink tegenaan en hebben heel veel plannen, maar met behoud van identiteit van de camping. Daarbij zijn ze erg gastvrij en zorgzaam voor de gasten. Zo wordt het brood 's ochtends door hen zelf gebakken en op de afgesproken tijd persoonlijk naar de tent of caravan gebracht.

En kleine details die veel doen; er is gewoon toiletpapier, de douche heeft een gewone kraan die áán blijft en er staat handzeep en afwasmiddel bij de wasbakken.
Hoe ambachtelijk kun je zijn?

 

 

 

 

 

14. Naar de bouwmarkt voor werkruimte

Collega Kees Agterberg heeft een huisje in Pousadouros in Portugal waar hij in de zomer zijn keramiekcursussen geeft. Zie vooral www.aceramica.nl voor sfeerbeelden en verdere informatie (er is nog plek).
Dit huis was het doel van mijn reis, hier zou ik de opgedane ideeen, gemaakte schetsen en geschoten foto's van de reis gebruiken om zelf weer eens wat te gaan maken.

Alleen, Kees doet aan keramiek. En ik doe aan handvaardigheid. Met gereedschap dat krast en deukt en verf die morst en vlekt. Dus voordat ik aan het werk kon, moest ik eerst aan het werk om de werkruimte geschikt te maken voor mijn manier van werken.
Kees had netjes opgruimd en de inventaris afgedekt. Er waren twee tafels van 120x75 en een tafel van 75x75 beschikbaar. Een andere tafel stond nog als bouwpakket te wachten. Er lag her en der wat plastic en karton, waarmee ik de tafels kon afdekken.
Een eerste opstelling gemaakt, maar ik voelde me niet lekker met een verzameling van steeds te kleine en te nieuwe tafeltjes waar ik telkens moest opletten of ik geen kras of vlek zou maken.

Ik had daarom ook al tevoren ingepland dat ik met aldaar gekocht hout een werktafel zou kunnen maken, waarop ik mijn eigen vieze gang kon gaan. Op naar de bouwmarkt voor hout.
In de naburige stadjes Tabua en Arganil zouden zich bouwmarkten moeten bevinden.
De eerste dag, maandag, heb ik vruchteloos Arganil én Tabua doorkruist op zoek naar grote loodsen met vrolijke vlaggen en kleurige borden. Niet gezien, niks gevonden, ook niet durven vragen. (ik zou het antwoord toch niet verstaan hebben). Alleen een smoezelig constructiebedrijf met een bordje dat ook zou verkopen aan particulieren. Dat sloeg ik nog maar even over.
De tweede dag, dinsdag, gewapend met advies vond ik in Tabua een winkel in een winkelstraat met een paarse gevel, die er van buiten helemaal niet uitzag als een bouwmarkt. Van binnen zag het er wél uit als een bouwmarkt. Je kon er de gekste dingen krijgen, behalve... hout. Dat was kennelijk toch te gek.
De medewerkers wijzen me naar een timmerfabriek verderop. Ik vind daar een soort van kantoorgebouw van een bedrijf dat kozijnen maakt. Dat durf ik nog niet aan.

Dan maar weer terug naar Arganil om daar bij het smoezelige constructiebedrijf met het bordje te kijken. Ik tref een dame die in Amerika heeft gewoond en prima te verstaan is. Ze weet te vertellen dat dat bedrijf allang failliet is. Ik moet volgens haar maar het beste naar een meubelfabriek te noorden van Arganil. Daar zouden ze me vast wel kunnen helpen.
Aldaar aangekomen bleek dat ze dat ook best wel zouden willen, als ze maar wisten waarmee. Ze spraken geen woord Engels en mijn briefje met lijstje met maten leek voor hen ook abracadabra. Zijn maten dan ook taalafhankelijk?
Ik moest donderdag maar terugkomen, dan was er iemand die wel Engels kon spreken. Dat duurde trouwens ook even voor ze 'donderdag' - quinta-feira (vijfde dag, want zondag is de eerste) duidelijk gemaakt hadden. Aardige behulpzame mensen, dat wel.

Donderdag weer terug. De eigenaar was er (dat was het natuurlijk). Alleen, die sprak maar een klein beetje Engels. Ongeveer net zoveel als ik Portugees. Maar toch, met briefje met maten erbij en met handen en voeten (oppassen voor je vingers, want ze zagen hier zonder beschermkap) kwamen we tot een voorstel. De prijs van grenen (favoriet van Kees) was wat hoog, MDF (mijn persoonlijke favoriet) was goedkoper.
Ik kon kiezen uit waterbestendig, kleur rood (meer roze) en waterbestendig, kleur zwart (meer grijs). Bizar hoor, gekleurd MDF. Dan maar stijlvol. Zwart (grijs dan).
Zes planken laten zagen om over de kleine tafeltjes te leggen, zodat ze een grote tafel worden.
En dan eindelijk kan ik echt aan de slag met ruimte om me heen. Een blad van 120 x 220. Daar leg je nog eens wat op.

 

 

 

 

 

 

15. San Miguel de Lilo in verf

En een eerste schilderwerk.
Leuk hoor dat tekenen en schetsen met pastel, wat ik altijd doe, maar soms wil je wat meer doorwerken.
Dus dan maar wat mdf verzaagd en in de gesso gezet. En geschilderd. Vroeger schilderde ik op stoer formaat, 150 x 120 of nog groter. Later kon ik maar niet wennen aan kleiner schilderen. Ik ging dan altijd een beetje mezelf uitlachen.
Maar omdat ik al zo'n tijd niet echt had geschilderd aan een schilderij, was ik lacherige gevoel kwijt en kon ik op dat piepkleine formaat (40x 30), nog best schilderen.

Een eerste opzet... 

 

 

klik op de plaatjes voor groter...en nog eens voor nog groter...

 

16. Viaduct Oviedo

Al bladerend door de foto's van Oviedo, want ik was even vastgelopen met de kerkjes, stuitte ik op de foto van het spoorviaduct bij Oviedo.
Er viel me op dat het perspectief zodanig was, dat de binnenzijdes van de bogen elkaar gingen spiegelen. Op de foto is echter het midden van het viaduct niet de symmetrieas, dat is de staander links van het midden. En die moderne bogen erboven verschuiven ook heel ritmisch ten opzichte van elkaar.

In de schets heb dat wel heel vage idee verder uitgewerkt. Meer uitwerken, meer weglaten. Door eigenlijk alleen de binnenzijdes die in de schaduw liggen te tekenen, wordt de rest van het viaduct slechts gesuggereerd.

 

In het uiteindelijke werkstuk heb ik de potloodlijnen met lasdraad nagebogen en de binnenzijden met zink weergegeven. Van aan elkaar gesoldeerde stukjes, want veel zink heb ik niet. Wel geprobeerd de soldeerlijnen in het zink in perspectief te houden, door schuin weg te knippen.
De voetstukje zijn geschilderd, dat had ik ook met zink en messing kunnen oplossen, maar dat hebben we al eens eerder gedaan. Nu even niet.
Het eigenlijke viaduct, de zware, forse klompen steen, is in het werk verdwenen en aan de fantasie van de toeschouwer overgelaten.
Door de kwetswbaarheid van de constructie en het steeds weer buigen als ik het werk probeer op te hangen, heb ik toch een versteviging moeten maken, die aan de transparantie iets afdoet, maar aan geruststelling veel oplevert.

Later blijkt dat dit relief in vergelijking met de latere reliefs erg fragiel is en helemaal wegvalt. Ik besluit er een zwarte achterwand bij te maken en een kleine aanduiding van een achtergrond.

 


Viaduct Oviedo, 60 x 20 cm, zink, lasdraad, mdf, acrylverf

 

 

 

17. San Miguel getekend en geschilderd

Vandaag in een studieuze bui. Ik wilde de indeling van de aanbouwsels beter doorkrijgen en wat gaan doen met de ritmes van de dakjes van de San Miguel. Een grote tekening . Daarin kun je minder foezelen en smokkelen dan in een kleine studie. Al werkende ging dit niet onaardig, totdat ik ontdekte dat ik niet weg kon komen met wat vage ovaaltjes als raam, maar de echte moest onderzoeken. Kreun...allemaal ovalen in perspectief.
Tja, studie is studie...

Nog geen idee wat ik met de lichte delen wil. Zo laten, lichtgeel in aquarel of juist licht in dekkende verf, met de schaduwpartijden in transparant?
Als je niks weet, nog niks doen, zeg ik dan tegen leerlingen, studenten, patienten. En dan ook maar tegen mezelf.

De dag erop nogmaals een constructieschets gemaakt over de ritmische dakjes, opgezet op mdf en voorzien van eerste laag acryl. Schaduwen transparant, lichte delen dekkende lagen, is het plan. Lijkt een beetje herhaling van zetten te worden, hoewel deze schets er alweer een stuk volwassener uitziet als de twee eerdere kleinere.

 

 

 

18. Koud in Portugal

Slecht weer, al dagen. De Portugezen klagen steen en been en lijden onder barre weersomstandigheden die bijna Nederlands aandoen. Koud, winderig, stortbuien. Met koude voeten en bijna klappertandend steek ik de kachel maar weer eens aan. De afgehaalde kip warm ik op in de oven, die ik daarna lekker open laat staan. De oven, dus.

Ook de cafehoudster Suzette klaagt de volgende dag over de 'frigo'. Een buurvrouw komt met een dikke omslagdoek om. 'Es no normal!' Suzette wijst naar de omslagdoek en roept uit dat het 'Maio' is.
Dat het veel te koud is voor de tijd van het jaar en dat dat toch echt niet normaal is. Kijk nou toch, we moeten zelfs sjaals om in Mei, stel je voor.
Ja, ja, ik versta al een aardig mondje Portugees. 

 

 

 

 

 

19. San Miguel in relief

Gepeinsd of ik nog wat met de San Miguel zou kunnen. Schilderen lijkt uitgewerkt.
Ik begin om hem in reliëf uit te werken en verzin dat de afzonderlijke aanbouwsels er dan ook daadwerkelijk afzonderlijk aan gemaakt moeten worden. Ik maak eerst een schetsje met dik papier, dat werkt erg goed. Ik kan makkelijk schuiven tot het goed lijkt.

 

 

In 12 mm mdf uitgezaagd. Niet te netjes, het mag er uitzien alsof het een ontwikkelend idee is. De sporen van het proces moeten zichtbaar blijven. De vormen spelen als vanzelf met voor en achter, vooral als ik ze naar beneden toe door laat lopen om zo het ritme van zijkant-voorkant-zijkant-voorkant... en donker-licht-donker-licht... uit te laten komen. 

 

En voor wie de draad kwijt is over hoe het nu in elkaar zit... drie lagen 12 mm mdf.

De onderkanten van de aanbousels heb ik weer recht afgezaagd. Ik wilde dat de bovenzijde perspectief zou suggereren, terwijl de onderkant dat steeds minder zou doen. De onderzijde zou ook schetsmatiger moeten blijven.
Maar dat is niet gelukt. Ik was zo op zoek naar de juiste kleur, dekkend of juist transparant, dat het ondoenlijk was om de onderzijde steeds een stukje niet te doen.

Ook de dakjes voorzien van koper (schot voor open doel) en de schaduwzijde ervan met zink en spijkers gedaan. Het koper heb ik geschuurd in de richting van het perspectief.



San Miguel de Lilo, reliëf, mdf, koper, zink, acrylverf, 40 x 60 cm

En nu ben ik die kerk zat. Volgende keer wat anders.

 

 

 

 

 

20. Avondconcert

Op kampeervakanties zijn er van die momenten dat het vakantiegevoel je overvalt en je neerdaalt in rust, stilte en contemplatie. Eén van die momenten is (vaak) 's avonds als de krekels gaan, tjirpen en een deken van rust over de avond leggen. Een avondconcert.
Ik kan dan lang stil zitten, liefst met een glas in de hand en nergens heen denken.

Soms heb je iets minder geluk en kom je op een camping waar geen krekels zijn, maar kikkers. Ook landelijk, maar iets minder rustig.
Dan kun je ook op een camping terecht komen waar er geen krekels en geen kikkers, maar muggen zijn. Ook geluid, maar verrekte hinderlijk.

Maar hier in Pousadouros hebben we op rustige avonden als de schemering invalt...honden.
Waakzame honden.
Mischien ook wel krekels of kikkers of muggen, maar die hoor ik niet. De honden uit de buurt hebben hun avondconcert en moeten nog veel repeteren. Of ze willen elkaar van alles vertellen, maar dat zijn dan eenzijdige verhalen.
Zo op het oor zijn er een stuk of zes honden in de buurt en nog een paar ver weg. Bij ieder geluid spitsen ze de oren en blaffen, huilen, grommen en keffen ze de stilte in gruzels. Na een tijdje dooft het avondconcert langzaam uit, is het stil en kan ik weer even genieten.

Helaas heb ik last van mijn allergie en voel ik alweer een nies opkomen.
En die horen ze....

 

 

 

 

 

21. Rotsklont met bomenrij

Ik heb wat met bomenrijen. Op een rijtje in de polder, met daarachter erdoorheen schijnend nog een rijtje. Het ritme van de verticalen, de restvormen. In Frankrijk zag ik bomenrijen met maretak, in Spanje zag ik bomenrijen op rotsen. Dat was stoer.

En in Portugal zag ik kleuren. Warm groen, naar geel van de bomen, struiken, druiven, (het is nog voorjaar) tegen het paars en lila van de bergen in de verte. Dat wilde ik ook nog ergens kwijt.

 

 

En ik wilde na het gemier met het perspectief van de kerk eens wat vrijer en directer schilderen. Dat kon.
Hier het resultaat
Voor de boomstammen had ik nog stukken oude remkabels over. Vormen een mooi ritme met hun zachte buiging.

 

Rots Luarca, 70 x 30 cm, mdf, remkabel, acrylverf

 

 

 

 

22. San Miguel revisited

Vandaag (zaterdag 25 mei) heb ik de berg met bomenrij voltooid. Lekker geschilderd, geknoeid en geprut. Daarna het eerdere schilderij van de San Miguel onder handen genomen. Die miste eigenlijk nog ernstig een achtergrond. Nu ik dan vandaag toch in een lekkere schilder-flow zat, leek me dit een goed moment.

Zoek de verschillen...

 

 

 


 

23. Adelaars in de aanbieding

Vorig jaar waren de adelaars in de aanbieding. In alle bouwmarkten. Voor op het tuinhek.
Tenminste, dat verzin ik.

Soms valt je oog wel eens ergens op. Denk je: Hée!
En dan merk je dat je oog er weer op valt. En weer. Dat gebeurt mij nu met adelaars op het tuinhek.
Er is de gewoonte, meestal onder eigenaren van protserige tweede huizen, om het territorium af te bakenen met universele symbolen van macht en status. In dit geval met de spiedende adelaar, die als een versteende vorm van een bewakingscamera enge mensen in de gaten moet houden.
Ach arm beest.

Gelukkig zijn de eigenaars de vervelendste niet en hebben ze er altijd vriendjes en vriendinnetjes in exact dezelfde vorm bijgekocht. Want hoe meer symbool, hoe groter de status.
En zo fiets je door lanen met kille en smakeloze huizen die je van het tuinhek af roepen; "ik ben belangrijk. Ik ben belangrijk. Ik ben belangrijker. Ik ben nog belangrijker. Ik ben de belangrijkste. Ik ben echt de belangrijkste.
Nou hoor, ik ben de belangrijkste.... "

Bijna alle huizen staan leeg.

 

Gelukkig zijn er ook bewoners, meestal van eenvoudige optrekjes, die een wat lolliger opvatting van status hebben en het met voetballende draakjes doen.

 

 

En sommige bewonders zouden strafrechterlijk vervolgd moeten worden voor wansmaak.
En voor het beledigen van Manneke Pis

 

 

 

 

 

24. Risico's. Nemen of vermijden?

Dat relief van de San Miguel zit me uiteindelijk toch niet lekker. Door al het gemier en gepulk met perspectief, koper en zink, is het schilderen uit mijn vingers geglipt. Hoe vaker ik er naar kijk, hoe meer ik vind dat ie doodgeschilderd is. Saai, belegen, niet spannend of uitdagend, gemiddeld.
Dat gebeurt vaker. Dan wil ik het te goed en dan doe ik het te goed. Te netjes, te precies. Schilderen naar de bekende weg. Terwijl als ik schilder om iets uit te zoeken of om te spelen, niet gericht op goed resultaat, is het resultaat uiteindelijk beter.
Net zeep, probeer het te pakken en het ontglipt je. Maar ja, je wilt het wel hebben. Lastig probleem.

Maar in dit geval zat het me eigenlijk gelijk al niet lekker. Dan is het werk toch nog niet af.
De keuze is dan vaak moeilijk en meestal een kwestie van eerlijk zijn tegen mezelf.
Zo laten ? Wel zo veilig, kan het ook niet nog slechter worden. Kan ik ook aan iets nieuws beginnen.
Of veranderen ? Oei, spannend. Kan misgaan, is wel gebeurd.
Maar ik wilde toch eigenlijk meer kleur en meer leven in het schilderen? Nou dan...
Zal ik wel, zal ik niet.

Geen genoegen nemend met een teleurstellend resultaat en met het risico op mislukken, de zaak uit elkaar geschroefd en opnieuw overgeschilderd om met meer expressie de kleuren en textuur weer op te bouwen. Het koper met zuur behandeld zodat het groen oxydeert.

Beter geworden?

Vergelijk ze samen....

San Miguel de Lilo, reliëf, mdf, koper, zink, acrylverf, 40 x 60 cm

 

 

 

 

25. Eucalyptusbomen

Wel eens van gehoord, maar nooit gezien. Meestal associeer ik dat met Eucalypta, de boze heks van Paulus de Boskabouter. Of die, laten we zeggen, merkwaardig ruikende gezonde shampoo van dr. Kneipp.
Maar Eucalyptusbomen zelf zijn ook raar. Recht als dennebomen, snel groeiend als bamboe en met een kenmerkende top die doet denken aan fluitekruid. En ze doen ook een beetje denken aan die bomen met maretak die ik eerder zag. Dus is mijn interesse makkelijk gewekt.

 

 

Je komt ze hier overal tegen en vertonen een mooi ritme in de rechte stammen, waar doorheen de achtergrond te zien is. De eigenwijzige toppen die als droeve hoeden erbovenuit steken, versterken het ritmische effect.

Ik heb er een stel schetsen en studies van gemaakt en gelijk geprobeerd de kleuren die ik speciaal bij deze omgeving vind horen erin te gebruiken. En nu niet doodschilderen...

 

 

 

 

 

 

 

26. Eucalyptusbomen in reliëf

Aardige schetsjes en een fijn schilderij van eucalyptusbomen is allemaal leuk en aardig, maar een project is voor mij pas klaar met een reliëf. Schetsen en schilderen doet iedereen al.
Probleem is natuurlijk, zoals altijd, hoe ik de directheid en speelsheid van de schetsjes vast kan houden. Want bij een reliëf kun je niet even gummen, vegen of foezelen en de rest via suggestie aan 'the eye of the beholder' over te laten.
Nee, hier geldt, afgezaagd is afgezaagd.

Ik maak een serie werkschetsen, waarin ik al de afzonderlijke vormen definieer en de maten globaal kan vaststellen.

 

Dan snij ik de vormen uit papier op schaal en leg ze ten opzichte van elkaar op de goede plek. Vastplakken is wel handig, want het tocht een beetje.

 

De grote vormen probeer ik zo open mogelijk te beschilderen. Eerst met krijt en acrylmedium, later met verflagen.
Expres orden ik de grote vormen zo dat ze elkaar overlappen en aan de andere kant nog wat uitsteken om ze de abstractie nog iets te vergroten.

Voor de lange stakerige boomstammen die bovenin als fluitekruid uitwaaieren, gebruik ik oude remkabels van de fiets. Ik zet ze met nietjes vast. De verbindingen maak ik van lussen van lasdraad die ik dichtknijp, zodat de kabels een gehele stam vormen. Ik heb veel verschillende boomtopjes gemaakt en probeer ze niet naturalistisch maar vooral beeldend te organiseren. En dan moet het ook nog technisch een beetje te doen zijn...

 

Eucalyptusbomen Pousadouros, 60 x 70 cm, mdf, remkabel, acrylverf, pastelkrijt

 

 

En met wat er aan spullen overbleef heb ik nog een kleintje gemaakt. 25 x 25 cm. Een schatje, toch?

 

Pequeno Eucalipto, 25 x 25 cm, mdf, remkabel, pastelkrijt, acrylverf.

 

 

 

27. Torrelavega fabriek

Grasduinend in mijn ideefoto's die ik in de auto had geroepen, kom ik een foto van een vervallen fabriekscomplex bij Torrelavega tegen dat ik enkele keren had gepasseerd. De stoerheid van het gebouw en de 'opgetrokken schouders' van de architectuur vallen mij op.

Ik maak een schets die ik perspectivisch nogal vervorm. Het ritme van de ramen met de ruitjes vind ik wel leuk, maar ik zie wel op tegen de hoeveelheid. Daar ben ik te lui voor. Overigens is lLuiheid een goede eigenschap, ik doe vaak veel moeite om oplossingen te vinden die mij in staat stellen om lui te kunnen zijn.
Hier los ik het op door de hoeveelheid ramen fors te verminderen. Dat spaart een hoop werk en zorgt ook voor een beeldende vereenvoudiging.

 

 

De ramen zaag ik in het relief uit en ik plaats achter de ramen een constructie van lasdraad om de ruitjes te suggereren. Daarachter komt dan weer een donker beschilderd plaatjes om het idee van ruimtelijkheid te geven.

Ik loop ook een beetje tegen de beperkingen van de sabbatical aan; het dikke mdf raakt op.
Ook zuinigheid zorgt voor creativiteit. In het algemeen zorgen problemen voor creativiteit, je moet ergens nieuwe oplossingen voor verzinnen.
Ik verzin hier dat het grootste deel van dun mdf gemaakt kan worden. Maar waar de schaduw komt wil ik zink gebruiken en dat past niet op dun mdf. Daar schroef ik dan eerst dikkere stukjes mdf op de dunne plaat, dan kan daarop weer het zink komen. In het kader van het werkproces dat gezien mag worden, worden de plaatjes metaal zichtbaar geschroefd (kan ook niet anders, ik heb geen silliconenkit bij me).
De plaatjes lood zet ik met omgeslagen spijkers vast, in de richting van het perspectief. De dakjes maak ik van koper dat ik nu niet laat oxyderen, maar oranje laat. Contrasteert beter met het wit van de gevel.

Zie je wat een werk het is om lui te zijn.

Voor wie het niet kan volgen, van de zijkant ziet dat er zó uit. Maar als ik de foto zo zie, heb ik de neiging om het zelf niet meer te volgen...

 

En zo ziet het er van de voorkant uit. De suggestie van de ruimtelijkheid is dan weer hersteld.

 

Fabriek Torrelavega, 40 x 50 cm. Mdf, zink, koper, lood, lasdraad, acrylverf.

 

 

 

28. Een circustent op een flatgebouw

Een paar dagen in Porto geweest. Mooie stad, drukke stad, steile stad. Veel hellingen en plotse steile trappetjes die van de ene mooie kerk naar het andere prachtige klooster leiden. Veel moois op een vierkante kilometer.
Een van de mooiste plaatjes was dit uitzicht over de Douro van de "Ponte Dom Luis I", uit de school van Gustav Eiffel en op het eind daarvan het "Mosteiro da Serra do Pilar", een klooster dat meer aan een fort doet denken en zich lijkt te verschuilen achter een bosje bomen. Het klooster torent boven alles uit en staat op een bizar uitziende constructie van, ja van wat?
Van kazematten? Opslagruimtes voor munitie? Versterkingen tegen granaatinslagen? Of gewoon omdat iemand het op deze manier leuk vond? Ook bij een nadere bezoek en bezichtiging van nabij, werd de functie niet duidelijk.
In ieder geval ziet het er voor mijn ogen uit als iets met mogelijkheden voor een project.

 

 

Terug in het atelier in Pousadouros maak ik wat schetsen van dit bijzondere gebouw op die ritmisch intrigerende rots met dat rare bosje ervoor. Veel weglaten is altijd een goed devies. En er is nogal wat om weg te laten. Veel gebouwen, een brug, rotsen, nog meer gebouwen. Weg ermee.

 

 

Maar hoeveel ik ook weg haalde, het wilde maar niks worden. Alsof de werkelijkheid zichzelf al prima genoeg vond en geen behoefte had aan een nieuwe beeldende rangschikking. Het fortachtige bouwsel met de ritmische inhammen wilde zich wel laten natekenen, maar verloor daarmee gelijk zijn mysterie.
Eigenlijk werd het niks meer dan een circustent op een flatgebouw.

 

Na een nachtje geparkeerd te zijn geweest in het achterhoofd, bedacht ik me dat de bijbehorende brug er misschien aan ontbrak. Op de foto is de merkwaardige interactie tussen de stalen ruiten van de brug en de stenen ramen van het fort ook goed te zien.

 

 

Niet heel erg onaardig, maar niet bijzonder genoeg. En bovendien, ik heb al een brug in de collectie. De schets links voelde al verdacht vertrouwd. En in de schets rechts blijven de brug en het kloostercomplex teveel ongelijksoortige eenheden, die elkaar eerder in de weg zitten dan aanvullen.
En het leek zo veelbelovend in Porto.

 

Toch wilde ik wel nog iéts uit Porto kunnen verwerken in het werk en ik stopte de zaak nogmaals in mijn achterhoofd. En ergens onder de douche, op weg naar de bakker of doezelend in een tuinstoel, kwam het achterhoofd met de oplossing. Weg met dat fort, weg met dat leuke ritme van die intrigerende inhammen. als het niet werkt, weg ermee.

"Kill your darlings", een gevleugelde uitdrukking was van toepassing. Dingen die té leuk zijn, kunnen vreselijk in de weg gaan zitten.
Maar alleen het klooster dat zich achter bomen verstopt, werd wel een erg kaal idee. Ook dat had het achterhoofd al bedacht; de gigantische barokke deur. Die was nooit te zien op alle mooie veraf plaatjes, alleen maar van dichtbij. Op de sobere rondheid van het kloostergebouw stond de deur eigenlijk wel speciaal.
Daar denk je pas aan als je er niet aan denkt...

 

 

De schetsen die ik van dit idee maakte, leidden al vlot tot een monumentale vorm, waarin de drie elementen van het gebouw (deur, bomen, torentje) goed met elkaar samenwerken. De deur lijkt bijna te lonken naar het bosje dat verontwaardigt terugdeinst, terwijl het torentje bovenin op een pauselijke wijze de kuisheid tracht te bevorderen.
De laatste schets lijkt bijna een striptekening, maar dat komt omdat het eigenlijk een werktekening is voor het relief, waarin ik de afzonderlijke delen nog even goed wilde vormgeven.

 

 

Waar sommige projecten in de uitvoering nogal eens moeizaam verlopen, gaat dit project als vanzelf. De schets kan ik bijna letterlijk vergroten. Alleen de omranding van de koepel, het balkon, vergt nog een oplossing. Ik buig stukken dikker lasdraad zodanig dat ze achter de koepel door lijken te lopen en soldeer die aan elkaar. Ik had nog verticale stukken gepland, maar die blijken helemaal niet nodig. Klein detail nog, om het kleine koepeltje, de lantaarn, buig ik ook een dunner stukje lasdraad.

 

 

Mosteiro da Serra do Pilar, 50 x 50 cm, Mdf, lasdraad, acrylverf

 

 

 

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------